ECLI:NL:GHSGR:2012:BW4057

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
24 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
22-003711-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c Sr
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voorhanden hebben vuurwapen en munitie met taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf

De verdachte werd beschuldigd van het voorhanden hebben van een pistool van categorie III en 19 scherpe kogelpatronen te Gorinchem op 16 juni 2008. In eerste aanleg werd hij veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf, maar hij ging in hoger beroep.

Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het vuurwapen en de munitie in bezit had. De advocaat-generaal vorderde bevestiging van de veroordeling met een gevangenisstraf van 4 maanden. Het hof stelde echter vast dat de behandeling van de zaak niet binnen een redelijke termijn had plaatsgevonden, met name door de lange duur van de procedure in hoger beroep.

Gezien de relatief eenvoudige aard van de zaak en het bekennende karakter van de verdachte, besloot het hof de straf te matigen. In plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf werd een werkstraf van 100 uur opgelegd, die bij niet-naleving kan worden vervangen door 50 dagen hechtenis, gecombineerd met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden. De tijd die de verdachte in voorarrest had doorgebracht, werd in mindering gebracht op de werkstraf volgens de wettelijke maatstaf. Het arrest werd uitgesproken op 24 april 2012 door het hof te 's-Gravenhage.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 100 uur werkstraf en 2 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf wegens wapenbezit.

Uitspraak

Rolnummer: 22-003711-09
Parketnummer: 11-510199-07
Datum uitspraak: 24 april 2012
TEGENSPRAAK
Gerechtshof te 's-Gravenhage
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Dordrecht van 9 juli 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1969,
[adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 25 mei 2010 en 10 april 2012.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met aftrek van voorarrest.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 16 juni 2008 te Gorinchem een wapen van categorie III, te weten een pistool (merk Glock), en/of munitie van categorie III, te weten 19, althans een of meerdere (scherpe) kogelpatro(o)n(en), voorhanden heeft gehad.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 16 juni 2008 te Gorinchem een wapen van categorie III, te weten een pistool (merk Glock), en munitie van categorie III, te weten 19 scherpe kogelpatronen, voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III,
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot munitie van categorie III.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd behoudens ten aanzien van de opgelegde straf, en dat de verdachte dusdoende zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met aftrek van voorarrest.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen met bijbehorende scherpe munitie. Wapenbezit is een ernstig feit waartegen streng dient te worden opgetreden. In beginsel acht het hof dan ook de door de eerste rechter opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden.
Het hof is evenwel van oordeel dat de behandeling van de zaak niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van Pro het Europees verdrag tot de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Hierbij neemt het hof met name de termijn van de behandeling in hoger beroep, alsmede de onwenselijk lange duur van de procedure als geheel in aanmerking. Nu het bovendien een betrekkelijk eenvoudige strafzaak met een bekennende verdachte betreft, is het hof van oordeel dat de overschrijding van de redelijke termijn dient te worden verdisconteerd in de op te leggen straf. Het hof zal derhalve in plaats van voornoemde onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte een taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te melden duur, in combinatie met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur opleggen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren werkstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is gewezen door mr. I.E. de Vries,
mr. A.M.P. Gaakeer en mr. G. Knobbout, in bijzijn van de griffier mr. J.C.A. Verhoef.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 24 april 2012.