ECLI:NL:GHSGR:2012:BW6618
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- H. Husson
- M. De Haan-Boerdijk
- J. Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Schorsing uitvoerbaarverklaring bij voorraad van alimentatieverplichting na echtscheiding
In deze zaak heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage op 25 april 2012 uitspraak gedaan over het verzoek van de man om schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de alimentatieverplichting die was vastgesteld in de echtscheidingsbeschikking. De man was in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die hem verplichtte kinder- en partneralimentatie te betalen.
De man stelde dat de rechtbank zijn draagkracht te hoog had vastgesteld, omdat hij sinds december 2010 minder was gaan werken vanwege ziekte en de zorg voor zijn kinderen. De vrouw betwistte dit en stelde dat de man voldoende inkomen had, onder meer omdat hij een bedrag van € 1.500,- had ontvangen dat als inkomen moest worden aangemerkt.
Het hof oordeelde dat de man aannemelijk had gemaakt dat hij minder verdient sinds zijn arbeidsduurvermindering en dat de rechtbank een misslag had gemaakt door uit te gaan van een te hoog inkomen. Het hof nam ook mee dat de man al veel huwelijkse schulden had voldaan en dat de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vastliep, waardoor hij in een financiële noodtoestand zou komen bij onverkorte tenuitvoerlegging.
Daarom woog het belang van de man bij schorsing zwaarder dan het belang van de vrouw bij directe tenuitvoerlegging. Het hof schorstte de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de alimentatieverplichting, onder de voorwaarde dat de man de volledige hypotheek- en eigenaarslasten van de voormalige echtelijke woning en de volledige premie van de levensverzekering blijft voldoen.
Uitkomst: Het hof schorst de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de alimentatieverplichting van de man, onder de voorwaarde dat hij de hypotheek- en eigenaarslasten blijft voldoen.