ECLI:NL:GHSGR:2012:BW6710
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen veroordeling wegens illegaal verblijf als ongewenst vreemdeling
De verdachte verbleef op 12 juni 2011 in Nederland terwijl hij wist dat hij op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Deze verklaring was op 23 mei 2003 vastgesteld en aan hem uitgereikt op 2 juni 2003. Ondanks herhaalde aanzeggingen en inspanningen van de Staat om hem uit te zetten, weigerde de verdachte Nederland te verlaten en verbleef hij illegaal in het land.
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 maanden wegens overtreding van artikel 197 Sr Pro. In hoger beroep werd betoogd dat deze straf in strijd zou zijn met de Europese terugkeerrichtlijn (Richtlijn 2008/115/EG) en het arrest Achughbabian/Frankrijk (C-329/11). Het hof overwoog dat strafoplegging gerechtvaardigd is indien de terugkeerprocedure is toegepast en de vreemdeling zonder geldige reden niet terugkeert.
Het hof oordeelde dat de verdachte op de hoogte was van zijn ongewenstverklaring en dat hij ondanks de inspanningen van de Staat om hem uit te zetten, illegaal in Nederland verbleef. Het beroep op de terugkeerrichtlijn werd verworpen. De straf van 2 maanden gevangenisstraf werd passend geacht gezien de ernst van het feit en eerdere veroordelingen van de verdachte.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht door de verdachte te veroordelen tot 2 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. De verdachte werd vrijgesproken van hetgeen meer of anders was ten laste gelegd dan bewezen verklaard.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf wegens illegaal verblijf als ongewenst vreemdeling.