ECLI:NL:GHSGR:2012:BW7155
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgangsregeling en afwijzing wijziging hoofdverblijfplaats minderjarige
Partijen zijn ex-echtelieden met gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind. De rechtbank Rotterdam had eerder bepaald dat het kind haar hoofdverblijf bij de moeder heeft, met omgangsrecht voor de vader in weekenden en vakanties. Na de zomervakantie 2011 hield de moeder het kind bij zich, waardoor de vader geen contact meer had.
De voorzieningenrechter veroordeelde de moeder tot medewerking aan een zorgregeling waarbij het kind ieder weekend en de helft van de vakanties bij de vader verblijft, met een dwangsom bij niet-nakoming. De moeder voldeed hier niet aan en startte hoger beroep met verzoek tot schorsing en vernietiging van het vonnis.
Het hof oordeelt dat de moeder geen belang meer heeft bij schorsing en dat haar argumenten onvoldoende zijn om de omgangsregeling niet na te komen. Het belang van de minderjarige wordt gediend met het handhaven van de regeling en het bevorderen van gelijkwaardig ouderschap. Het verzoek tot wijziging van het hoofdverblijf wordt afgewezen omdat een dergelijke ingrijpende maatregel niet passend is als voorlopige voorziening.
Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis, wijst de overige vorderingen af en bepaalt dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het verzoek tot wijziging van het hoofdverblijf af.