ECLI:NL:GHSGR:2012:BW7360
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Kamminga
- Jansen
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt gezamenlijk ouderlijk gezag en verwijst zorgregeling naar mediation
In deze zaak stond het gezamenlijk ouderlijk gezag en de zorg- en opvoedingstaken over een minderjarige centraal. De moeder verzocht vernietiging van de beschikking die het gezag gezamenlijk toekende en stelde dat de communicatie tussen haar en de vader zodanig gebrekkig was dat gezamenlijk gezag onwerkbaar zou zijn. De vader en de raad voor de kinderbescherming onderschreven het gezamenlijk gezag.
Het hof oordeelde dat ondanks de moeizame communicatie er geen onaanvaardbaar risico bestond dat de minderjarige klem zou raken tussen de ouders. De vader stelde zich prudent op en belemmerde de moeder niet onnodig. De gezamenlijke uitoefening van het gezag bleef dan ook gehandhaafd.
Ten aanzien van de zorgregeling was er onenigheid over de frequentie en duur van omgang. De moeder verzette zich tegen uitbreiding van de omgangsregeling, onder meer vanwege de beperkte communicatie en twijfels over de opvoedkundige capaciteiten van de vader. De vader bood aan de regeling geleidelijk uit te breiden.
Het hof besloot de zaak pro forma aan te houden voor vier maanden en verwees partijen naar mediation naast rechtspraak om de communicatie en zorgregeling te verbeteren. Het hof stelde voorwaarden voor de mediation en verzocht partijen en de mediator om tijdige terugkoppeling. De beslissing over de zorgregeling werd aangehouden in afwachting van het mediationtraject.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het gezamenlijk ouderlijk gezag en houdt de zorgregeling aan, verwijzend naar mediation.