ECLI:NL:GHSGR:2012:BW8445
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Pannekoek-Dubois
- Labohm
- Kamminga
- Rechtspraak.nl
Schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad partneralimentatie wegens onjuiste inkomensvaststelling
In deze zaak verzocht de man om schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van een beschikking waarin hij werd veroordeeld tot betaling van partneralimentatie van €1.850 netto per maand. De rechtbank had bij de berekening van zijn draagkracht een te hoog inkomen vastgesteld doordat zij een ontslagvergoeding bij het inkomen had betrokken.
De man stelde dat deze ontslagvergoeding inmiddels was opgesoupeerd voor aflossing van huwelijkse schulden en dat hij vanaf 1 januari 2012 geen draagkracht meer had om alimentatie te betalen. De vrouw betwistte dit en stelde dat de man onvoldoende financiële stukken had overgelegd om een noodsituatie aan te tonen.
Het hof oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de ontslagvergoeding als inkomen had meegeteld en dat dit leidde tot een onjuiste vaststelling van het draagkrachtinkomen. Gezien de omvangrijke schulden en het feit dat de man de vergoeding had gebruikt voor schuldenaflossing, achtte het hof aannemelijk dat er een noodsituatie ontstond indien de alimentatie ongewijzigd werd geëxecuteerd.
Daarom werd het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad toegewezen, waarbij werd aangenomen dat de man de reeds vastgestelde lagere alimentatie van €1.057 netto per maand blijft voldoen zolang het hoger beroep loopt.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad toe wegens onjuiste inkomensvaststelling door de rechtbank.