ECLI:NL:GHSGR:2012:BW8799
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over uitleg begrip permanente bewoning van recreatiewoning
In deze civiele zaak staat centraal of appellant de last onder dwangsom heeft overtreden door de recreatiewoning na 1 december 2007 permanent te bewonen en wat het begrip 'permanente bewoning' inhoudt. De gemeente had een last onder dwangsom opgelegd omdat zij meende dat appellant de recreatiewoning als hoofdverblijf gebruikte, wat volgens de gemeente niet was toegestaan.
Appellant voerde aan dat zij de woning niet permanent bewoonde en dat het fiscale begrip 'hoofdverblijf' niet gelijkstaat aan permanente bewoning. De rechtbank had de bewijslast bij de gemeente gelegd en oordeelde dat appellant de woning wel permanent bewoonde, maar het hof stelt dat de gemeente onvoldoende sluitend bewijs heeft geleverd.
Het hof benadrukt dat het begrip 'permanente bewoning' feitelijk moet worden uitgelegd conform normaal spraakgebruik en dat incidenteel gebruik van de recreatiewoning niet automatisch permanente bewoning betekent. Appellant heeft bovendien aannemelijk gemaakt dat zij in de relevante periode op meerdere adressen verbleef en niet permanent in de recreatiewoning aanwezig was.
De gemeente heeft geen verdere concrete feiten of bewijs aangevoerd. Daarom vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank, verklaart appellant goed opposant en stelt het dwangbevel buiten werking. Tevens veroordeelt het hof de gemeente in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank, stelt het dwangbevel buiten werking en veroordeelt de gemeente in de proceskosten.