ECLI:NL:GHSGR:2012:BW9070
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.A.M. van Schaik-Veltman
- H.A.G. Fikkers
- J.C.J. van Craaikamp
- Rechtspraak.nl
Geschil over kadastrale grens en bezit strook grond tussen buren
Partijen zijn buren met aan elkaar grenzende percelen. De kern van het geschil betreft een strook grond die volgens het Kadaster bij het perceel van geïntimeerde sub 1. c.s. hoort, maar door appellante in gebruik is genomen. De rechtbank stelde vast dat appellante zich deze strook heeft toegeëigend door verplaatsing van de erfafscheiding, maar het hof oordeelt dat de bewijslast hiervoor bij geïntimeerde sub 1. c.s. ligt en dat de kadastrale reconstructie alleen onvoldoende bewijs vormt.
Appellante stelt dat zij en haar rechtsvoorgangers sinds 1984 het bezit van de strook hebben, onderbouwd met een betonrand en een erfafscheiding van rietmatten, en dat de verjaringstermijn van twintig jaar is verstreken. Geïntimeerde sub 1. c.s. betwisten dit en voeren aan dat het bezit pas sinds 1998 is, en dat er geen sprake is van bezit.
Het hof laat bewijslevering toe aan beide partijen over de toe-eigening en de toezegging omtrent het raam in het zomerhuisje. Daarnaast wordt een comparitie gelast om deskundigen te benoemen en te onderzoeken of partijen tot een minnelijke regeling kunnen komen. De kwestie over de uitvoerbaar bij voorraad verklaring wordt aangehouden.
De uitspraak bevestigt dat de bewijslevering cruciaal is voor de verdere besluitvorming en dat de verjaring een belangrijk verweer vormt indien geïntimeerde sub 1. c.s. niet slagen in hun bewijs. Het hof wijst op de wettelijke criteria voor bezit en benadrukt dat de kadastrale grens niet zonder meer de juridische grens bepaalt.
Uitkomst: Bewijslevering wordt toegestaan en verdere beslissing aangehouden; verjaring en bezit van de strook grond worden centraal gesteld.