ECLI:NL:GHSGR:2012:BX0059

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
26 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.049.049-01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vordering persoonlijke betaling na derdenbeslag in hoger beroep

In deze civiele zaak stond centraal of appellant persoonlijk gehouden was tot betaling van een geldsom aan A. na afkoop van een optierecht. Het hof had appellant toegelaten tegenbewijs te leveren door het horen van getuigen, waaronder appellant zelf en een getuige.

Uit de verklaringen bleek dat de Kroonenberg Groep aan A. een bedrag verschuldigd was dat op een privérekening van appellant werd gestort met de opdracht dit aan A. door te betalen. Appellant heeft het bedrag vervolgens op een Zwitserse bankrekening geplaatst en op instructie van A. contant aan hem uitbetaald. Hoewel niet het gehele bedrag was voldaan ten tijde van derdenbeslag, was appellant persoonlijk verplicht tot betaling.

Het hof concludeerde dat appellant er niet in was geslaagd het voorlopig oordeel te ontkrachten dat A. een persoonlijke vordering op appellant had. De grieven tegen de vonnissen van de rechtbank Amsterdam faalden en het hof bekrachtigde deze vonnissen. Appellant werd veroordeeld in de proceskosten van de Ontvanger in hoger beroep.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en wijst het hoger beroep van appellant af met veroordeling in proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Sector Civiel recht
Zaaknummer : 200.049.049/01
Rolnummer Hoge Raad : C07/159HR
Arrest van 26 juni 2012
inzake
[appellant]
wonende te Amsterdam,
appellant,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. J.L. Pit te ’s-Gravenhage,
tegen
DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST AMSTERDAM,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde,
hierna te noemen: de Ontvanger,
advocaat: mr. H.M. ten Haaft te Amsterdam.
Het geding
Het hof heeft in deze zaak op 15 november 2011 een tussenarrest gewezen. Het verwijst daarnaar voor het procesverloop tot die dag. Vervolgens heeft een getuigenverhoor plaats gevonden, waarna partijen onderscheidenlijk een akte uitlating enquête en een antwoord-akte uitlating enquête hebben genomen. Ten slotte hebben partijen stukken gefourneerd en arrest gevraagd.
Verdere beoordeling van het hoger beroep na verwijzing
1. Het hof heeft bij voormeld tussenarrest [appellant] toegelaten door het doen horen van getuigen tegenbewijs te leveren tegen het op het door de Ontvanger geleverde bewijs gegronde voorlopig oordeel van het hof dat (een zekere) A. uit hoofde van de afkoop van een optierecht (ook) een vordering op [appellant] persoonlijk had. [appellant] heeft daartoe zichzelf en [getuige] (verder: [getuige]) doen horen.
2. Uit de getuigenverklaringen van [appellant] en [getuige] komt het volgende naar voren. De Kroonenberg Groep was aan A. uit hoofde van de afkoop van een optierecht ƒ 1.450.000,- (€ 657.981,31) verschuldigd. Zij heeft dat bedrag op een privérekening van [appellant] gestort met de opdracht dat bedrag aan A. door te betalen, omdat zij geen grote rechtstreekse contante betalingen aan A. wilde doen en [getuige] op generlei wijze contact met A. wilde hebben. De Kroonenberg Groep heeft die betaling direct en in één keer in de boekhouding verwerkt. [appellant] heeft vervolgens het gehele bedrag gestort op een voor dat doel door hem in Zwitserland geopende bankrekening, waarover hij persoonlijk de beschikking had. Hij heeft op zich genomen dat bedrag op instructie van A. van die rekening op te nemen en het aan A. uit te betalen. In een (na de overmaking van het bedrag op de privérekening van [appellant] verzonden) brief op briefpapier van de Kroonenberg Groep van 7 maart 2003, die door [appellant] is geparafeerd en door A. voor akkoord is getekend, is bevestigd dat A. aanspraak had op genoemd bedrag en dat [appellant] de betalingsinstructies van A. afwachtte. [appellant] heeft vervolgens, na instructie zijdens A., geldsommen van de Zwitserse rekening afgehaald en deze aan A. contant uitbetaald. Ten tijde van het leggen van derdenbeslag door de Ontvanger was nog niet het hele bedrag aan A. uitbetaald.
3. Het hof begrijpt de bovenomschreven gang van zaken aldus, dat [appellant] met de Kroonenberg Groep is overeengekomen dat hij, teneinde te voorkomen dat de Kroonenberg Groep grote contante betalingen zou moeten doen aan A., en dat [getuige] met A. in contact zou moeten treden, persoonlijk de verplichting jegens A. tot betaling van bovenbedoelde geldsom aan A. op diens afroep op zich heeft genomen. A. is vervolgens bekend gemaakt met [appellant] als degene tot wie hij zich voor de betaling moest wenden. Hieruit volgt dat [appellant] persoonlijk de betreffende geldsom aan A. verschuldigd was, hetgeen omgekeerd betekent dat A. een vordering had op [appellant] persoonlijk. Daaraan doet niet af dat aan A. niet is medegedeeld dat hij een vordering op [appellant] persoonlijk had.
4. Het boven overwogene leidt tot de slotsom dat [appellant] er niet in is geslaagd het voorlopig oordeel van het hof te ontkrachten. De door [appellant] tegen de beroepen vonnissen van de rechtbank Amsterdam gerichte grieven falen alle. Het hof zal de vonnissen waarvan beroep bekrachtigen. Daarbij pas een veroordeling van [appellant] in de proceskosten van de Ontvanger in het hoger beroep, zowel bij het hof Amsterdam als bij het hof 's Gravenhage.
Beslissing
Het hof:
- bekrachtigt de tussen partijen gewezen vonnissen van de rechtbank Amsterdam van 12 mei 2004 en van 27 oktober 2004;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van de Ontvanger tot op heden vastgesteld op € 5.731,- aan verschotten en € 11.685,- aan salaris advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.A. Boele, A.V. van den Berg en A.E.A.M. van Waesberghe en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 juni 2012, in aanwezigheid van de griffier.