ECLI:NL:GHSGR:2012:BX0215
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- Labohm
- Kamminga
- Zwagemakers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over voorlopige verblijfplaats en zorgregeling minderjarige na scheiding ouders
In deze zaak vordert de vader in hoger beroep dat de minderjarige zoon voorlopig zijn hoofdverblijfplaats bij hem krijgt, met nevenvorderingen zoals medewerking van de moeder aan het kinderdagverblijf en dwangsommen bij niet-naleving. De moeder verzet zich hiertegen en vordert tevens een eigen omgangsregeling.
Het hof oordeelt dat het gezien de lopende echtscheidingsprocedure niet wenselijk is om de hoofdverblijfplaats voorlopig te wijzigen en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank wat betreft de hoofdverblijfplaats bij de moeder. Wel wijzigt het hof de voorlopige zorgregeling voor het weekendverblijf bij de vader door het begin- en eindtijdstip aan te passen zodat de minderjarige op zijn gebruikelijke tijden kan slapen en beide ouders wekelijks een dag met hem doorbrengen.
De nieuwe regeling houdt in dat de minderjarige in even weken van zaterdag 17.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de vader verblijft, en in oneven weken van zaterdag 9.00 uur tot zondag 10.00 uur. De overige tijd verblijft hij bij de moeder. De overige vorderingen van de vader worden afgewezen en de kosten worden door partijen ieder zelf gedragen.
Uitkomst: De voorlopige zorgregeling wordt gewijzigd met aangepaste weekendverblijftijden bij de vader, terwijl de hoofdverblijfplaats bij de moeder blijft.