ECLI:NL:GHSGR:2012:BX0616
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WOZ-waardebepaling van woningen met onderhouds- en funderingsgeschil
Belanghebbende stelde zich op het standpunt dat de WOZ-waarden van drie woningen te hoog waren vastgesteld, mede vanwege achterstallig onderhoud en funderingsproblemen, en vorderde verlaging tot de grondwaarde. De rechtbank vernietigde de uitspraken op bezwaar en stelde lagere waarden vast, waarbij ook griffierechten werden toegewezen.
In hoger beroep heeft het hof de waardebepaling van de Inspecteur getoetst aan de Wet WOZ en jurisprudentie, waarbij het uitgangspunt is dat de waarde wordt bepaald als de prijs die de meestbiedende koper zou betalen bij een verkoop in de staat van de woning op de waardepeildatum. Het hof oordeelde dat de Inspecteur de waarden op een theoretisch juiste wijze had vastgesteld met gebruikmaking van vergelijkingsobjecten en taxatierapporten, waarbij rekening was gehouden met verschillen in oppervlakte, onderhoudstoestand en fundering.
Het hof verwierp het standpunt van belanghebbende dat de waarde gelijk zou moeten zijn aan de grondwaarde of dat volledige onderhoudskosten in mindering moesten worden gebracht. Ook het argument dat vergelijkingsobjecten niet bruikbaar zouden zijn vanwege betere staat werd niet gevolgd. Voor twee woningen werden de lagere rechtbankwaarden bevestigd, voor de woning aan [b-straat 10] werd de waarde aangepast naar €44.000 vanwege een correctie op de bruto vloeroppervlakte.
Daarnaast werd belanghebbende in de proceskosten en griffierechten in hoger beroep tegemoetgekomen. Het hof wees op de mogelijkheid tot cassatie binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: WOZ-waarden van twee woningen bevestigd, waarde derde woning aangepast naar €44.000, Inspecteur veroordeeld tot proceskostenvergoeding.