ECLI:NL:GHSGR:2012:BX0707
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Van den Wildenberg
- De Haan-Boerdijk
- Rechtspraak.nl
Verwerping hoger beroep tegen machtiging uithuisplaatsing minderjarige wegens vervallen belang
De moeder kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de kinderrechter die een machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind verleende. De minderjarige was onder toezicht gesteld en geplaatst in een AWBZ-instelling.
De raad voor de kinderbescherming stelde dat de machtiging niet ten uitvoer was gelegd omdat de moeder niet meewerkte aan de aanmelding bij een behandelinstelling. Hierdoor was de machtiging volgens artikel 1:262 lid 3 BW Pro vervallen na drie maanden niet-uitvoering.
Tijdens de zitting verscheen niemand, en het hof concludeerde dat de moeder geen belang meer had bij haar beroep. Daarom werd het beroep verworpen zonder inhoudelijke beoordeling van de rechtmatigheid van de machtiging.
De uitspraak bevestigt dat een machtiging tot uithuisplaatsing vervalt als deze niet binnen drie maanden wordt uitgevoerd en dat het ontbreken van belang tot niet-ontvankelijkheid kan leiden.
Uitkomst: Het hof verwerpt het hoger beroep omdat de machtiging tot uithuisplaatsing is vervallen en de moeder geen belang meer heeft.