ECLI:NL:GHSGR:2012:BX0714
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- De Haan-Boerdijk
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsingsverzoek uitvoerbaarverklaring omgangsregeling minderjarigen
In deze zaak staat het verzoek van de moeder centraal om de werking van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van een beschikking inzake omgangsregeling met haar minderjarige kinderen te schorsen. De moeder betoogt dat gedwongen omgang niet in het belang van de minderjarigen is en dat omgang moet worden uitgesteld totdat het hoger beroep is beslist. Zij wijst op het geschonden vertrouwen van de kinderen in de vader en het niet nakomen van afspraken door de vader.
De vader verzet zich tegen het verzoek en benadrukt het belang van nakoming van de omgangsregeling. Het hof overweegt dat de moeder geen concrete feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die haar belang bij schorsing zwaarder maken dan het belang van de vader bij handhaving van de beschikking. Ook is niet gebleken dat de beschikking berust op een juridische of feitelijke misslag.
Het hof verwijst naar eerdere tussenbeschikkingen en het vonnis van de voorzieningenrechter waarin de moeder werd bevolen medewerking te verlenen aan de omgangsregeling onder dwangsom. Gelet op de belangenafweging en het ontbreken van nieuwe feiten wijst het hof het verzoek tot schorsing af en bepaalt dat het hoger beroep zal worden voortgezet.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad af en handhaaft de omgangsregeling.