ECLI:NL:GHSGR:2012:BX2078
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Van Kempen
- Van der Burght
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over zorgverdeling en hoofdverblijfplaats minderjarige kinderen na scheiding
In deze civiele zaak stond de zorgverdeling en hoofdverblijfplaats van vier minderjarige kinderen na de scheiding van hun ouders centraal. De moeder was in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam die bepaalde dat de hoofdverblijfplaats van de twee oudste kinderen bij de vader zou zijn, terwijl de twee jongste bij de moeder verbleven. Tevens was de zorgregeling voor de kinderen vastgesteld.
De moeder verzocht om wijziging van de hoofdverblijfplaats van de twee oudste kinderen naar haar, en aanpassing van de zorgregeling, met name het inkorten van de verblijfsduur van de jongste twee kinderen bij de vader. De vader verzocht afwijzing van het beroep en stelde dat de huidige regeling in het belang van de kinderen was.
Het hof overwoog dat de ouders niet in staat waren constructief samen te werken, wat nadelig was voor de kinderen. Het gaf advies over communicatie en stelde vast dat het in het belang van de kinderen was om de zorgregeling voor de jongste twee kinderen te wijzigen door hun verblijf bij de vader te beperken tot dinsdagavond in plaats van woensdagochtend. De hoofdverblijfplaats van de oudste twee kinderen bleef bij de vader, omdat dit de feitelijke situatie weerspiegelde en ook fiscale voordelen bood.
De kosten van de procedure werden niet aan de moeder opgelegd. De bestreden beschikking werd gedeeltelijk vernietigd en gedeeltelijk bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijzigt de zorgregeling voor de jongste kinderen en bevestigt de hoofdverblijfplaats van de oudste kinderen bij de vader.