ECLI:NL:GHSGR:2012:BX2759
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- van Nievelt
- van Wijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek omgangsregeling vader met minderjarige wegens zwaarwegende belangen
In deze zaak stond het verzoek van de vader centraal om een omgangsregeling met zijn minderjarige kind vast te stellen. Het hof baseerde zich op een raadsrapport van de Raad voor de Kinderbescherming waarin werd geconcludeerd dat omgang op dit moment niet in het belang van het kind is. De minderjarige weet niet wie haar biologische vader is, en het forceren van omgang zou haar ontwikkeling schaden.
De raad constateerde contra-indicaties bij zowel de minderjarige als de vader. Hoewel de vader zijn leven positief zou hebben veranderd, is hij gestopt met agressieregulatietraining en is niet aangetoond dat hij geen alcohol of drugs meer gebruikt. Ook was er sprake van een gewelddadige confrontatie met de juridische vader. De vader toonde weinig inzicht in de gevolgen van omgang voor het kind.
De moeder onderschreef de conclusie van de raad, terwijl de vader zich niet kon verenigen met het rapport en om uitstel vroeg. Het hof oordeelde echter dat het belang van de minderjarige zwaarder weegt dan het verzoek van de vader. Het hof benadrukte dat beide ouders aan zichzelf moeten werken om de gronden voor afwijzing weg te nemen.
De beslissing van het hof is dat het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling wordt afgewezen, met het oog op de veiligheid en het welzijn van de minderjarige.
Uitkomst: Het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling met de minderjarige wordt afgewezen wegens zwaarwegende belangen van het kind.