ECLI:NL:GHSGR:2012:BX2759
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M. Kamminga
- A. van Nievelt
- J. van Wijk
- Rechtspraak.nl
Omgangsregeling en de belangen van de minderjarige
In deze zaak, behandeld door het Gerechtshof 's-Gravenhage op 2 mei 2012, staat de omgangsregeling tussen een vader en zijn minderjarige dochter centraal. De vader, aangeduid als de man, heeft in hoger beroep verzocht om een omgangsregeling met zijn dochter, die niet op de hoogte is van zijn identiteit als biologische vader. De moeder, aangeduid als de moeder, heeft zich verzet tegen deze regeling, gesteund door een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming. Dit rapport, dat op 29 november 2011 is opgesteld, wijst op contra-indicaties voor omgang, zowel aan de zijde van de man als de moeder. De Raad concludeert dat de man, ondanks positieve veranderingen in zijn leven, niet in staat is om een veilige omgeving te bieden voor de minderjarige. De man heeft eerder agressieproblemen gehad en heeft zijn agressieregulatietraining voortijdig beëindigd. Bovendien is er een incident geweest waarbij geweld is gebruikt door de man. De moeder kan de minderjarige niet adequaat ondersteunen in een omgangsregeling, wat de situatie verder compliceert.
Het hof heeft de zaak eerder behandeld en de Raad verzocht om een aanvullend onderzoek naar de omgangsmogelijkheden. Na beoordeling van het raadsrapport en de argumenten van beide partijen, concludeert het hof dat het verzoek van de man om een omgangsregeling af te wijzen is. De belangen van de minderjarige wegen zwaarder, gezien haar jonge leeftijd en de huidige omstandigheden. Het hof roept beide ouders op om aan zichzelf te werken en hulp te zoeken, zodat de gronden voor het afwijzen van de omgangsregeling mogelijk weggenomen kunnen worden. De beslissing van het hof is dat het verzoek van de man tot het vaststellen van een omgangsregeling wordt afgewezen.