ECLI:NL:GHSGR:2012:BX2850
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake proceskostenvergoeding bij naheffingsaanslag omzetbelasting en navorderingsaanslagen inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 2005-2008, met boete en heffingsrente. Tegen deze naheffingsaanslag werd bezwaar gemaakt, waarbij ook proceskostenvergoeding werd gevraagd. De Inspecteur kende een beperkte vergoeding toe, waarna belanghebbende beroep instelde tegen de proceskostenvergoeding. De rechtbank stelde de proceskostenvergoeding hoger vast en veroordeelde de Inspecteur tot betaling.
De Inspecteur ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Het Hof oordeelde dat de naheffingsaanslag omzetbelasting en de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, ondanks deels dezelfde feiten, geen nagenoeg identieke besluiten zijn in de zin van artikel 3, tweede lid, Bpb. Daarom is er geen samenhang en kan de proceskostenvergoeding voor het bezwaar omzetbelasting niet worden verminderd op grond van samenhang met de inkomstenbelastingzaken.
Verder beoordeelde het Hof het gewicht van de zaak voor de omzetbelasting als licht (wegingsfactor 0,5), in tegenstelling tot belanghebbende die dit als gemiddeld aanmerkte. Het Hof stelde de proceskostenvergoeding in bezwaar vast op €109, in beroep op €437 en in hoger beroep op €218,50. Het griffierecht werd niet geheven omdat het hoger beroep de uitspraak van de rechtbank vernietigde.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd behalve de beslissing over het griffierecht. Het Hof veroordeelde de Inspecteur tot betaling van de proceskosten in beroep en hoger beroep aan belanghebbende. Beide partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Gerechtshof stelt de proceskostenvergoeding vast op €109 in bezwaar, €437 in beroep en €218,50 in hoger beroep en vernietigt het vonnis van de rechtbank behalve het griffierecht.