ECLI:NL:GHSGR:2012:BX2861
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep in vennootschapsbelastingzaak
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag vennootschapsbelasting 2006 en de verliesverrekeningsbeschikking, welke werden afgewezen. Tegen de uitspraak op bezwaar werd beroep ingesteld bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. Belanghebbende ging in hoger beroep, maar trok dit intijds in nadat de Inspecteur alsnog toestond een herbestedingsreserve te vormen.
Belanghebbende verzocht vergoeding van proceskosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand in bezwaar, beroep en hoger beroep. Het Hof oordeelde dat het geschil zwaar van gewicht was, maar dat het ontbreken van een verzoek om kostenvergoeding in de bezwaarfase en het feit dat er geen mondelinge behandeling in hoger beroep was, tot beperking van de vergoeding leidde.
De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 2.294,25, exclusief kosten in de bezwaarfase en voor verschijnen ter zitting in hoger beroep. De griffierechten in beroep en hoger beroep worden door de Staat vergoed. De uitspraak werd zonder mondelinge behandeling gedaan.
Uitkomst: Het Gerechtshof veroordeelt de Inspecteur tot betaling van € 2.294,25 aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep.