ECLI:NL:GHSGR:2012:BX4193

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
11 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.104.419-01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Kamminga
  • van Nievelt
  • van Kempen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanhouding hoger beroep omgangsregeling vader en minderjarige in afwachting raadsonderzoek

De vader is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die zijn verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling met zijn minderjarige kind heeft afgewezen. De moeder betwist het beroep en verzoekt het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren of het verzoek af te wijzen. Het hof overweegt dat het in het belang van alle betrokkenen is dat duidelijkheid komt over de omgangsmogelijkheden en verzoekt de raad voor de kinderbescherming het reeds begonnen onderzoek af te maken.

De vader was tijdens het eerdere raadsonderzoek wegens privé-omstandigheden niet bereikbaar, maar heeft zich na de beschikking weer gemeld en is bereid mee te werken. De moeder stelt dat omgang ernstig nadeel voor het kind zal opleveren en dat de vader ongeschikt is. De raad is bereid het onderzoek voort te zetten.

Het hof verklaart het hoger beroep ontvankelijk, verzoekt de raad het onderzoek af te maken en houdt de zaak aan tot 27 oktober 2012. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: De behandeling van het hoger beroep wordt aangehouden in afwachting van afronding van het raadsonderzoek.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Sector civiel recht
Uitspraak : 11 juli 2012
Zaaknummer : 200.104.419/01
Rekestnummer rechtbank : FA RK 10-10289
[appellant],
wonende te [woonplaats],
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. G.A.S. Maduro te Rotterdam,
tegen
[geintimeerde],
wonende te [woonplaats],
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. M.W.A. Scholtes te Zoetermeer.
In verband met het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de raad voor de kinderbescherming te ’s-Gravenhage,
hierna te noemen: de raad.
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
De vader is op 27 maart 2012 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 7 maart 2012 van de rechtbank ’s-Gravenhage.
De moeder heeft op 21 mei 2012 een verweerschrift ingediend.
Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:
van de zijde van de vader:
- op 5 april 2012 een faxbericht van 4 april 2012 met bijlagen;
- op 18 april 2012 een faxbericht (zonder bijlagen) van 17 april 2012, op 19 april 2012 ingekomen als brief met bijlagen.
De raad heeft bij brief van 4 april 2012 zijn rapport van 29 december 2011 aan het hof overgelegd.
De zaak is op 27 juni 2012 mondeling behandeld.
Ter zitting waren aanwezig:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de heer V. van den Berg namens de raad.
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de tussenbeschikking van 29 april 2011 van de rechtbank en de bestreden beschikking.
Bij de tussenbeschikking van 29 april 2011 is de raad verzocht een onderzoek te verrichten ter beantwoording van de vraag of het belang van de minderjarige [de minderjarige], geboren [in 2005] te [geboorteplaats], hierna te noemen: de minderjarige, zich tegen een omgangsregeling met de vader verzet en zo nee, welke (begeleide dan wel onbegeleide) omgangsregeling in het belang van de minderjarige is. Iedere verdere beslissing is aangehouden.
Bij de bestreden beschikking is het verzoek van de vader om een omgangsregeling vast te stellen tussen hem en de minderjarige afgewezen.
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat vast dat de moeder van rechtswege alleen is belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige.
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
1. In geschil is de vaststelling van een omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige.
2. De vader verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en (naar het hof begrijpt:), opnieuw beschikkende, zijn inleidende verzoek om een omgangsregeling vast te stellen tussen hem en de minderjarige alsnog toe te wijzen, kosten rechtens.
3. De moeder bestrijdt het beroep en verzoekt:
- primair: het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren;
- subsidiair: het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling af te wijzen;
- meer subsidiair: de zaak aan te houden in afwachting van een door de raad uit te brengen advies,
en de vader te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder de kosten van haar advocaat.
4.Voor zover de moeder heeft betoogd dat de vader niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep wegens het ontbreken in het beroepschrift van grieven tegen de bestreden beschikking, merkt het hof op dat het hoger beroep niet slechts gelegenheid geeft tot het aanvoeren van grieven, maar ook tot het verbeteren en aanvullen door appellant van hetgeen hij zelf bij de procesvoering in eerste aanleg heeft gedaan of nagelaten (herstel van verzuimen). De vader stelt in dit verband dat hij ten tijde van het raadsonderzoek (november/december 2011) wegens privé-omstandigheden niet bereikbaar was voor zijn advocaat en de raad. Na de afgifte van de bestreden beschikking heeft de vader zich weer bij zijn advocaat gemeld. Hij wenst nu alsnog omgang met de minderjarige te hebben en is bereid mee te werken aan de totstandkoming van een rapportage van de raad. Het hof acht de vader dan ook ontvankelijk in zijn hoger beroep.
5. De moeder betwist dat de vader eind 2011/begin 2012 niet in staat was contact op te nemen met zijn advocaat en de raad. Naar haar mening heeft de vader er - door niet mee te werken met het onderzoek van de raad en niet te verschijnen ter voortgezette mondelinge behandeling in eerste aanleg - onmiskenbaar blijk van gegeven dat hij het laat afweten op het moment dat hij op zijn verantwoordelijkheid wordt aangesproken. De moeder heeft wel uitgebreid medewerking verleend aan het raadsonderzoek, hetgeen emotioneel zwaar belastend voor haar is geweest. Zij zou er veel moeite mee hebben als het raadsonderzoek wordt voortgezet. Volgens de moeder zal omgang ernstig nadeel opleveren voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de minderjarige en moet de vader voorts ongeschikt of kennelijk niet in staat worden geacht tot omgang. Zij pleit er dan ook voor om de bestreden beschikking te bekrachtigen.
6. Namens de raad is ter zitting verklaard dat de raad bereid is om het raadsonderzoek af te maken.
7. Het hof overweegt als volgt.
Het hof acht het in het belang van alle betrokkenen dat er thans duidelijkheid komt over de mogelijkheden om een omgangsregeling vast te stellen tussen de vader en de minderjarige en zal daarom de raad verzoeken het reeds - op verzoek van de rechtbank ’s-Gravenhage - in gang gezette onderzoek af te maken. In dit kader merkt het hof op dat de vader zich, in het geval de bestreden beschikking door het hof zou worden bekrachtigd, na verloop van tijd opnieuw tot de rechter zou kunnen wenden met een verzoek om omgang tussen hem en de minderjarige. Teneinde de raad in de gelegenheid te stellen het onderzoek af te maken, zal het hof de behandeling van de zaak aanhouden tot de in het dictum aan te geven pro-formadatum. Het hof gaat ervan uit dat de vader thans zijn volledige medewerking aan het raadsonderzoek zal verlenen.
8. Mitsdien beslist het hof als volgt.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
Het hof:
verzoekt de raad het reeds in gang gezette onderzoek naar de mogelijkheden om een omgangsregeling vast te stellen tussen de vader en de minderjarige af te maken en daaromtrent rapport en advies uit te brengen;
houdt de verdere behandeling van de zaak aan tot zaterdag 27 oktober 2012;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Kamminga, van Nievelt en van Kempen, bijgestaan door mr. van de Fliert-Verburg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juli 2012.