ECLI:NL:GHSGR:2012:BX4761
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- De Haan-Boerdijk
- Van der Linden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verlenging ondertoezichtstelling minderjarigen met schending hoor en wederhoor
In deze zaak stond de verlenging van de ondertoezichtstelling van vier minderjarigen centraal. De moeder was in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter die de ondertoezichtstelling voor een korte periode had verlengd zonder haar in de gelegenheid te stellen haar standpunten te uiten.
Het hof oordeelde dat deze handelwijze in strijd was met artikel 19 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 6 van Pro het EVRM, waarin het recht op hoor en wederhoor is gewaarborgd. Dit verzuim kon echter worden hersteld in hoger beroep, waar de moeder alsnog haar standpunten kon toelichten.
Na beoordeling van de feiten en de gronden voor de ondertoezichtstelling concludeerde het hof dat voor twee van de minderjarigen de verlenging terecht was vanwege ernstige bedreiging van hun ontwikkeling. Voor de andere twee minderjarigen waren de wettelijke gronden voor verlenging niet langer aanwezig. Daarom vernietigde het hof de verlenging voor deze twee en wees de verzoeken af.
De uitspraak bevestigt het belang van een correcte procedure met inachtneming van hoor en wederhoor bij beslissingen over ondertoezichtstellingen en benadrukt de noodzaak om de belangen van alle betrokkenen zorgvuldig af te wegen.
Uitkomst: De verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen is vernietigd en afgewezen, terwijl de verlenging voor de andere twee is bekrachtigd.