ECLI:NL:GHSGR:2012:BX4803
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Haan-Boerdijk
- Van Leuven
- Willems
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming erkenning en omgang minderjarige bij psychiatrische problematiek
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de man, die lijdt aan schizofrenie, vervangende toestemming kon krijgen voor de erkenning van zijn minderjarige kind en of omgang tussen hen mogelijk was. De vrouw, moeder van het kind, verzette zich tegen erkenning en omgang vanwege de psychische problematiek van de man en de mogelijke verstoring van de moeder-kindrelatie.
Het hof overwoog dat de man onbetwist de biologische vader is en dat erkenning in beginsel rechtens moet worden erkend tenzij zwaarwegende belangen van het kind of de moeder worden geschaad. De vrouw kon onvoldoende feiten aanvoeren die dit aannemelijk maakten. De psychische stoornis van de man vormde geen grond voor weigering van erkenning. Daarom werd de vervangende toestemming tot erkenning bekrachtigd.
Ten aanzien van omgang oordeelde het hof dat vanwege de psychiatrische problematiek van de man, zijn opname in een gesloten psychiatrische inrichting en de verstoorde verstandhouding tussen de ouders omgang op dit moment in strijd is met de zwaarwegende belangen van de minderjarige. Het verzoek tot omgang werd daarom afgewezen.
Verder wees het hof het verzoek tot aanhouding van de procedure af omdat geen uitzicht was op verbetering van de situatie van de man. De kosten van het deskundigenonderzoek werden aan de vrouw toegerekend, omdat zij aanvankelijk het vaderschap betwistte. Proceskosten werden gecompenseerd. De beschikking tot erkenning werd bekrachtigd, de omgangsregeling vernietigd en afgewezen.
Uitkomst: Vervangende toestemming tot erkenning van de minderjarige door de man wordt bekrachtigd, verzoek tot omgang wordt afgewezen.