ECLI:NL:GHSGR:2012:BX5071
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag omzetbelasting wegens vermeende btw-fraude afgewezen
Belanghebbende, een onderneming in vrachtwagentrucks en trailers, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd van €228.384 over de periode januari 2007 tot april 2008. De Inspecteur stelde dat de leveringen niet door de op de facturen vermelde leveranciers waren verricht en dat sprake was van fraude. Belanghebbende had de voorbelasting op basis van facturen van twee ondernemingen, [C] B.V. en [D], in aftrek gebracht.
De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslag ten onrechte was opgelegd omdat de Inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd dat de leveringen niet hadden plaatsgevonden en dat belanghebbende wist of had moeten weten van fraude. Het Gerechtshof bevestigde dit oordeel, benadrukkend dat belanghebbende te goeder trouw handelde en niet behoefde te beseffen dat [F] niet als agent optrad of dat facturen gebreken vertoonden.
Het hoger beroep van de Inspecteur werd ongegrond verklaard. Daarnaast kende het Hof een hogere proceskostenvergoeding toe aan belanghebbende wegens de onnodige kosten die door het hoger beroep van de Inspecteur waren veroorzaakt. Het griffierecht werd opgelegd aan de Staat. De beschikking heffingsrente behorende bij de naheffingsaanslag werd eveneens vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt vernietigd.