ECLI:NL:GHSGR:2012:BX6645
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Van Leuven
- Mink
- Rechtspraak.nl
Verdeling en verjaring van OLMA polis bij echtscheiding met huwelijkse voorwaarden
Partijen zijn in 1993 gescheiden en gehuwd onder huwelijkse voorwaarden die iedere gemeenschap van goederen uitsloten, behalve de inboedel. Tijdens het huwelijk sloten zij twee polissen af bij OLMA, waarvan de vrouw grotendeels de premie betaalde. De vrouw vorderde betaling van lijfrentetermijnen uit de polis, stellende dat de polis gemeenschappelijk was en dat de man tekortgeschoten had in de afwikkeling.
De rechtbank oordeelde dat de polis een overgeslagen goed was en verdeeld moest worden. Het hof stelde vast dat de polis niet gemeenschappelijk was, omdat deze op naam van de man stond die contractant, verzekerde en begunstigde was. Ook al had de vrouw bijgedragen, maakte dit het geen gemeenschappelijk goed. De vordering van de vrouw tot betaling van lijfrentetermijnen was verjaard, omdat zij reeds in 1993 of uiterlijk 1994 nakoming had kunnen vorderen en de verjaringstermijn van vijf jaar was verstreken.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de vorderingen van de vrouw af. Tevens compenseerde het de proceskosten tussen partijen, ieder draagt zijn eigen kosten. De finale kwijting uit 2004 werd niet inhoudelijk beoordeeld vanwege het verjaringsargument.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de vrouw af wegens verjaring en het ontbreken van gemeenschappelijkheid van de OLMA polis.