ECLI:NL:GHSGR:2012:BX8421
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M.Th. Van der Hoeven-Oud
- M.M. Olthof
- J.J. Roos
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid tussentijds hoger beroep tegen twee tussenvonnissen in verzekeringsgeschil
In deze civiele procedure staat centraal of Nationale-Nederlanden ontvankelijk is in het hoger beroep tegen twee tussenvonnissen van de rechtbank, gedateerd 17 maart 2010 en 20 juli 2011. Van Bertens verzocht het hof om Nationale-Nederlanden niet-ontvankelijk te verklaren, omdat volgens haar het hoger beroep tegen het eerste tussenvonnis niet tijdig en zonder toestemming was ingesteld.
De rechtbank had aanvankelijk het instellen van tussentijds hoger beroep tegen het eerste tussenvonnis uitgesloten, maar bij het tweede tussenvonnis toestemming verleend voor hoger beroep tegen beide tussenvonnissen. Nationale-Nederlanden stelde dat zij binnen de beroepstermijn van het tweede tussenvonnis het hoger beroep tijdig had ingesteld en dat dit in overeenstemming was met relevante jurisprudentie van de Hoge Raad.
Het hof oordeelde dat de regel dat een latere tussenvonnis het hoger beroep tegen een eerder tussenvonnis mogelijk maakt, ook onder het huidige recht geldt. Het hof vond dat het instellen van hoger beroep tegen beide tussenvonnissen binnen de beroepstermijn van het tweede tussenvonnis tijdig was en niet in strijd met de goede procesorde. Het verzoek van Van Bertens tot niet-ontvankelijkheid werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de kosten van het incident.
Uitkomst: Het hof verklaart Nationale-Nederlanden ontvankelijk in het hoger beroep tegen beide tussenvonnissen en wijst het incidentele verzoek van Van Bertens tot niet-ontvankelijkheid af.