ECLI:NL:GHSGR:2012:BX8559
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling exclusieve leveringsverplichting en oneigenlijk boetebeding in tuinbouwsubsidie
In deze zaak staat de vraag centraal of de exclusieve leveringsverplichting die een tuinder (de V.O.F.) is aangegaan jegens The Greenery in strijd is met het mededingingsrecht en of het boetebeding in verband met de subsidievoorwaarden oneigenlijk is. De V.O.F. had haar lidmaatschap van de coöperatie opgezegd en leverde vanaf 2009 geen trostomaten meer aan The Greenery, waarna The Greenery vorderde dat de V.O.F. de ontvangen subsidie terugbetaalt.
De rechtbank wees de vorderingen van The Greenery af, stellende dat de leveringsverplichting een ontoelaatbare mededingingsbeperking inhoudt en dat sprake was van misbruik van omstandigheden. Het hof vernietigt dit vonnis en overweegt dat de leveringsverplichting een verticale overeenkomst betreft die niet per definitie mededingingsbeperkend is. Het hof stelt vast dat The Greenery geen marktmacht bezit die tot merkbare concurrentiebeperking leidt en dat de termijn van de leveringsverplichting (maximaal 8 jaar) niet ongeoorloofd is.
Ook het beroep op misbruik van omstandigheden wordt verworpen, omdat de V.O.F. onvoldoende heeft gesteld dat zij in een afhankelijke positie verkeerde. De matiging van het boetebeding wordt eveneens afgewezen wegens gebrek aan bijzondere omstandigheden. De reconventionele vorderingen van de V.O.F. worden afgewezen. Het hof veroordeelt de V.O.F. tot betaling van het gevorderde bedrag en in de proceskosten.
Uitkomst: De V.O.F. wordt veroordeeld tot betaling van € 545.426,66 aan The Greenery wegens niet-nakoming van de leveringsverplichting.