ECLI:NL:GHSGR:2012:BX9855
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.C. Fasseur-van Santen
- T.H. Tanja-van den Broek
- M.Y. Bonneur
- Rechtspraak.nl
Bewijs van betaling en bewijslast bij storneringsmogelijkheid in geldleningsovereenkomst
In deze civiele procedure staat centraal of de schuldenaar nog een bedrag verschuldigd is uit hoofde van een geldlening van €28.702,16 met een rente van 6,5% per jaar en maandelijkse aflossingen van €2.000,-. De schuldeiser stelt dat slechts twaalf van de vijftien betalingen zijn ontvangen, waardoor een restant-schuld van €6.721,54 resteert. De schuldenaar voert aan dat hij vijftien betalingen heeft verricht en niets meer verschuldigd is.
De rechtbank wees de vordering van de schuldeiser af, maar het hof oordeelt anders. Het hof stelt dat op de schuldenaar de bewijslast rust om aan te tonen dat zijn betalingen definitief zijn gecrediteerd, vooral omdat stornering mogelijk was. De door de schuldenaar overgelegde bankafschriften tonen geen bewijs van het vervullen van deze opschortende voorwaarde, noch van storneringen, maar het ontbreken van bewijs sluit stornering niet uit.
Het hof concludeert dat de schuldenaar niet heeft bewezen dat alle betalingen definitief zijn ontvangen. De vordering van de schuldeiser voor het restantbedrag en rente wordt daarom toegewezen. Tevens wordt de schuldenaar veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: De schuldenaar wordt veroordeeld tot betaling van €6.721,54 met rente en in de proceskosten.