ECLI:NL:GHSGR:2012:BY0576
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Husson
- Kamminga
- Zander
- Rechtspraak.nl
Vaststelling einde onderhoudsbijdrage vader per 1 januari 2007 conform overeenkomst
Het gerechtshof 's-Gravenhage behandelde het hoger beroep in een geschil tussen ouders over de onderhoudsbijdrage voor minderjarige kinderen. De vader verzocht om een verklaring voor recht dat hij vanaf 1 januari 2007 niet langer gehouden was de vaste bijdrage van €200 per maand per kind te betalen, zoals opgenomen in het echtscheidingsconvenant. De moeder betwistte dit en voerde aan dat de bijdrage nog steeds verschuldigd was.
Het hof stelde vast dat de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding bedoeld was als een bijdrage aan de woonlasten van de moeder, en dat partijen rond 1 januari 2007 een afspraak hadden gemaakt over het beëindigen van deze bijdrage. De moeder kreeg gelegenheid tegenbewijs te leveren, maar slaagde daar niet in. De door haar overgelegde e-mailcorrespondentie over de jaren 2008 tot en met 2010 toonde geen voorbehoud of afwijking van de afspraak.
Het hof concludeerde dat de afspraak over het beëindigen van de vaste bijdrage rechtsgeldig was en dat de onderhoudsbijdrage vanaf die datum uitsluitend bestond uit de helft van de werkelijk gemaakte kosten, met uitzondering van de rechtstreekse verblijfskosten. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het hoger beroep werd verder afgewezen.
Uitkomst: De vader is vanaf 1 januari 2007 niet langer gehouden de vaste bijdrage van €200 per maand per kind te betalen.