ECLI:NL:GHSGR:2012:BY0591
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Lückers
- Mertens-de Jong
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep verdeling huwelijksgemeenschap bij echtscheiding zonder inschrijving beschikking
In deze zaak stond de verdeling van de huwelijksgemeenschap tussen partijen centraal na hun echtscheiding. De man kwam in hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank waarin de gehele gemeenschappelijke schuld van circa €26.784,12 aan hem werd toegedeeld. Hij stelde dat de vrouw voor de helft aansprakelijk moest zijn, aangezien het krediet een gemeenschappelijke schuld betrof.
De vrouw betwistte dit en voerde aan dat de man verantwoordelijk was omdat de gelden alleen aan hem ten goede waren gekomen. Tevens stelde zij dat de waarde van de toegewezen voertuigen aanzienlijk was en met een taxatie vastgesteld kon worden.
Het hof overwoog dat volgens het Burgerlijk Wetboek de huwelijksgemeenschap pas wordt ontbonden bij inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand. Omdat deze inschrijving nog niet had plaatsgevonden, was de gemeenschap nog niet ontbonden en kon de verdeling nog niet plaatsvinden. Ook kon de waarde van de voertuigen niet worden vastgesteld tijdens de zitting.
Daarnaast oordeelde het hof dat schulden niet eenzijdig kunnen worden toegedeeld zonder medewerking van de schuldeiser, en dat in beginsel beide echtgenoten draagplichtig zijn voor gemeenschappelijke schulden. De stelling van de vrouw dat de man aansprakelijk was omdat de gelden aan hem ten goede kwamen, werd verworpen.
Daarom vernietigde het hof de bestreden beschikking voor zover deze de verdeling van de huwelijksgemeenschap betrof en wees het verzoek van de man af. De zaak werd daarmee niet inhoudelijk beslist over de schuldverdeling.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking over de verdeling van de huwelijksgemeenschap en wijst het verzoek van de man af omdat de echtscheidingsbeschikking nog niet is ingeschreven.