ECLI:NL:GHSGR:2012:BY0945
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake leningen tussen broers en verjaring van vorderingen
In deze zaak vordert appellant [X] betaling van twee leningen aan zijn broer [Y], waarbij lening 1 betrekking heeft op bedragen verstrekt tussen 1989 en 1993 en lening 2 op een bedrag uit 1994 voor de aankoop van twee Alfa Romeo's. [Y] betwist de vorderingen en voert onder meer verjaring aan.
De rechtbank wees een deel van de vordering toe en stelde de proceskostencompensatie vast. In hoger beroep betwist [X] de afwijzing van lening 1 wegens onvoldoende bewijs en de weergave van betaalde bedragen, terwijl [Y] het beroep op verjaring handhaaft. Het hof overweegt dat de opeising van lening 1 pas in november 2006 heeft plaatsgevonden, waardoor de verjaring tijdig is gestuit.
Ten aanzien van lening 2 erkent [Y] het bestaan van de lening, maar stelt dat deze volledig is afgelost. Het hof oordeelt dat de vordering niet is verjaard door stuiting via brieven en e-mails en wijst de betaling van € 8.170,73 toe, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 augustus 2010. Het bewijsaanbod van [X] voor lening 1 wordt niet toegelaten wegens onvoldoende concretisering. De proceskosten worden gecompenseerd vanwege de familierelatie.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van lening 2 toe, wijst lening 1 af en compenseert de proceskosten.