ECLI:NL:GHSGR:2012:BY1991

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
29 augustus 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
22-005869-11
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens intrekking en ontbreken grieven

De verdachte, geboren in 1973 op de Nederlandse Antillen en gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Rijnmond, stond in hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Rotterdam van 23 november 2011.

Tijdens de zitting van 29 augustus 2012 heeft het hof kennis genomen van een akte waarin de verdachte het hoger beroep intrekt. Tevens heeft de verdachte geen schriftelijke grieven ingediend binnen de wettelijke termijn van veertien dagen na het instellen van het hoger beroep, noch heeft hij mondeling bezwaren geuit tijdens de zittingen op 3 mei 2012, 19 juli 2012 en 29 augustus 2012.

Op grond hiervan en het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, ziet het hof geen reden om de zaak inhoudelijk te behandelen en verklaart het de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking en ontbreken van grieven.

Uitspraak

Rolnummer: 22-005869-11
Parketnummer: 10-690105-11
Datum uitspraak: 29 augustus 2012
VERSTEK
Gerechtshof te 's-Gravenhage
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 23 november 2011 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen)
op [geboortejaar] 1973,
thans gedetineerd in de P.I. Rijnmond - Gevangenis De IJssel te Krimpen aan den IJssel.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 29 augustus 2012 gevorderd dat de niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Na hervatting van het ter terechtzitting in hoger beroep van 19 juli 2012 geschorste onderzoek heeft het hof kennis genomen van de akte intrekking rechtsmiddel d.d. 6 augustus 2012, inhoudende de mededeling van de griffieambtenaar van de rechtbank Rotterdam L.M.J. Klein Zegelink, daartoe bepaaldelijk gemachtigd door de raadsman van de verdachte mr. T.P. van Dijken, advocaat te Amsterdam, dat de verdachte het ingestelde hoger beroep intrekt.
Op grond van het vorenstaande en gehoord de advocaat-generaal overweegt het hof dat de verdachte niet binnen veertien dagen na het instellen van het hoger beroep een schriftuur dat op enigerlei wijze is onderbouwd met grieven tegen het vonnis heeft ingediend. Evenmin heeft hij ten terechtzittingen in hoger beroep - 3 mei 2012, 19 juli 2012 en 29 augustus 2012 - mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. W.P.C.M. Bruinsma,
mr. L.F. Gerretsen-Visser en mr. I.P.A. van Engelen, in bijzijn van de griffier mr. C.J.A. Sabatier.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 29 augustus 2012.