ECLI:NL:GHSGR:2012:BY2677

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
21 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.109.551.01
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Lückers
  • Husson
  • Kamminga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 18 lid 2 Rijkswet op het Nederlanderschap
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet ontvankelijkheid hoger beroep tegen beschikking Nederlandse nationaliteit

De man heeft op 4 juli 2012 hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van 5 april 2012 van de rechtbank ’s-Gravenhage, waarin zijn verzoek tot vaststelling van het bezit van de Nederlandse nationaliteit werd afgewezen.

Het hof verwijst naar de bestreden beschikking voor het procesverloop in eerste aanleg. Volgens artikel 18, tweede lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap is tegen dergelijke beschikkingen geen hoger beroep mogelijk, behoudens cassatie in het belang der wet.

Het hof overweegt dat uit vaste jurisprudentie blijkt dat het appelverbod slechts kan worden doorbroken indien wordt gesteld dat de rechter een wetsartikel ten onrechte heeft toegepast of niet heeft toegepast, buiten het toepassingsgebied is getreden, of sprake is van essentieel vormverzuim. Geen van deze uitzonderingen is gesteld of gebleken.

Daarom verklaart het hof de man niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep en wijst het beroep af. De uitspraak is gedaan door de raadsheren Lückers, Husson en Kamminga op 10 oktober 2012.

Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens appelverbod in de Rijkswet op het Nederlanderschap.

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-GRAVENHAGE
Sector Civiel recht
Uitspraak : 10 oktober 2012
Zaaknummer : 200.109.551/01
Rekestnummer rechtbank : HA RK 10-75
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. A.L. Ruiter te Enschede,
tegen
DE STAAT DER NEDERLANDEN
(Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Immigratie- en Naturalisatiedienst),
zetelende te ’s-Gravenhage,
verweerder in hoger beroep.
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
De man is op 4 juli 2012 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 5 april 2012 van de rechtbank ’s-Gravenhage.
Op 21 september 2012 is de ontvankelijkheid van het verzoek in hoger beroep, door mr. Lückers als raadsheer-commissaris, mondeling behandeld.
Partijen zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.
Bij die beschikking heeft de rechtbank het verzoek van de man, vast te stellen dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit, afgewezen.
DE ONTVANKELIJKEID VAN HET HOGER BEROEP
1. De man heeft beroep ingesteld tegen een beschikking als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Uit dit wetsartikel blijkt dat tegen de beschikking van de rechtbank geen hogere voorziening openstaat behoudens cassatie in het belang der wet.
2. Tegen de op grond van artikel 18, tweede lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap gegeven beschikkingen staan geen hogere voorzieningen open, behoudens cassatie in het belang der wet. Uit vaste jurisprudentie (HR 29 maart 1985, LJN AG4989; NJ 1986/242 (Enka/Dupont) en HR 30 juni 2000, LJN AA6342; NJ 2000/674) blijkt dat een appelverbod kan worden doorbroken indien gesteld wordt dat:
- de rechter een artikel ten onrechte heeft toegepast;
- de rechter een artikel ten onrechte niet heeft toegepast;
- de rechter buiten het toepassingsgebied is getreden;
- sprake is van essentieel vormverzuim.
Gesteld noch gebleken is dat sprake is van een van deze gronden.
3. Mitsdien wordt als volgt beslist.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
Het hof:
verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Lückers, Husson en Kamminga, bijgestaan door Verheijen als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 oktober 2012.