ECLI:NL:GHSGR:2012:BY3538
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M. van der Klooster
- J.M.Th. van der Hoeven-Oud
- M.H. van der Woude
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsgeschil over vergoeding schroefslagschade aan motorsleepboot Ferna
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of verzekeraars gehouden waren tot vergoeding van schade aan de motorsleepboot 'Ferna', veroorzaakt door een schroefslag op 9 december 2002. De schade betrof met name de schroefaskoker, die volgens de polis niet tot de voortstuwingsinstallatie behoorde. Na diverse reparaties en inspecties werd vastgesteld dat de schroefaskoker vervormd was als gevolg van het evenement.
De rechtbank had eerder de vorderingen van de eigenaar grotendeels toegewezen, maar verzekeraars gingen in hoger beroep tegen de omvang van de vergoeding en de uitleg van de polisvoorwaarden. Het hof bevestigde dat de schroefaskoker niet onder de voortstuwingsinstallatie valt en dat de schade aan de koker gedekt is. De deskundigenrapporten en getuigenverklaringen ondersteunden het causaal verband tussen de schroefslag en de schade.
Het hof oordeelde dat de vergoeding voor de schroefaskoker en de voortstuwingsinstallatie correct moest worden vastgesteld, waarbij een dagwaarde van €19.375 voor de voortstuwingsinstallatie werd gehanteerd, conform de BCE-richtlijn. De totale vergoeding voor de schroefaskoker werd vastgesteld op €28.890. Daarnaast werden buitengerechtelijke kosten van €1.500 toegewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Verzekeraars worden veroordeeld tot betaling van €28.890 voor de schroefaskoker en €2.625 voor de voortstuwingsinstallatie, met rente en kostencompensatie.