ECLI:NL:GHSGR:2012:BY4189
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M.Th. van der Hoeven-Oud
- A.M. Voorwinden
- A.E. Veerman
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof vernietigt kort geding-verbod op hondenhandel en wijst gedeeltelijke schadevergoeding toe
In deze civiele zaak vordert een handelaar in jonge honden schadevergoeding van de Dierenbescherming wegens onrechtmatige dreiging met executie van een kort geding-vonnis dat hem verbood gedurende vijf jaar in honden te handelen. Dit vonnis was door het hof Amsterdam vernietigd in hoger beroep. Daarnaast vordert de handelaar vergoeding voor vermeende onrechtmatige uitlatingen van de Dierenbescherming in de media.
Het hof oordeelt dat het kort geding-verbod te algemeen en verstrekkend was en daardoor onjuist. Het hof benadrukt dat toezicht op dierenhandel primair bij de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming en de Algemene Inspectiedienst ligt. De dreiging met executie van het vernietigde vonnis is daarom onrechtmatig, en de Dierenbescherming is aansprakelijk voor de daardoor geleden schade.
De uitlatingen van de Dierenbescherming over de handelaar in de media worden niet onrechtmatig bevonden, omdat deze waren gebaseerd op degelijk onderzoek en ernstige klachten over de gezondheid van verkochte pups. De vorderingen tot vergoeding van immateriële schade wegens negatieve publiciteit worden afgewezen.
De schadevergoeding wordt geschat op €19.600,- aan inkomensschade van de onderneming, met wettelijke rente vanaf de betekening van het vonnis. Proceskosten worden gecompenseerd en de vordering van de Dierenbescherming tot terugbetaling van bankgarantiekosten wordt toegewezen.
Uitkomst: Het hof vernietigt het kort geding-verbod en veroordeelt de Dierenbescherming tot vergoeding van €19.600,- schadevergoeding met rente, terwijl mediaberichten niet onrechtmatig zijn bevonden.