ECLI:NL:GHSGR:2012:BY5432
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- L.F. Gerretsen-Visser
- W.P.C.M. Bruinsma
- C.M. le Clercq-Meijer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering gedeeltelijke opheffing conservatoir beslag wegens honorarium advocaat
Op 20 mei 2008 werd conservatoir beslag gelegd op alle vermogensbestanddelen van klager, waaronder bankrekeningen, in verband met een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank wees de vordering af, waarna het openbaar ministerie hoger beroep instelde. Klager verzocht om gedeeltelijke opheffing van het beslag om de honoraria van zijn raadsman te kunnen betalen, wat werd geweigerd.
Naar aanleiding hiervan diende klager een klaagschrift in op grond van artikel 552a Sv. De raadkamer van het hof verklaarde dit klaagschrift aanvankelijk gegrond, maar de Hoge Raad vernietigde deze beslissing en verwees de zaak terug. Bij hernieuwde behandeling verklaarde het hof het klaagschrift ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de weigering tot gedeeltelijke opheffing van het beslag geen schending van artikel 6 EVRM Pro opleverde.
Het hof baseerde zich op het arrest van de Hoge Raad van 29 mei 2012, waarin werd vastgesteld dat het niet kunnen betalen van de raadsman door het beslag geen schending van het recht op vrije keuze van raadsman inhoudt. Klager bracht geen nieuwe gronden aan die tot een ander oordeel konden leiden. Het hof oordeelde daarom dat het klaagschrift ongegrond moest worden verklaard.
Uitkomst: Het hof verklaart het klaagschrift ongegrond en wijst het verzoek tot gedeeltelijke opheffing van het conservatoir beslag af.