ECLI:NL:GHSGR:2012:BY6134
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van de Poll
- Stollenwerck
- Mollema-de Jong
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing bewind wegens onvoldoende herstel vermogensbeheer
De vrouw, hierna de rechthebbende genoemd, is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die het verzoek tot opheffing van het bewind over haar goederen had afgewezen. Het geschil betreft de vraag of het bewind opgeheven kan worden omdat de omstandigheden die tot het bewind hebben geleid niet meer zouden bestaan.
De rechthebbende stelt dat zij zelf in staat is haar vermogensrechtelijke belangen te behartigen en haar financiën naar behoren te beheren. De bewindvoerder betwist dit en wijst op de chaotische wijze van handelen van de rechthebbende en de aanwezige schuldenlast, waardoor opheffing niet in haar belang zou zijn.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 1:449 lid 2 BW Pro het bewind kan worden opgeheven indien de oorzaken voor het bewind niet meer aanwezig zijn. De gronden voor bewind zijn aanwezig indien iemand door lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen.
Het hof oordeelt dat de rechthebbende onvoldoende heeft aangetoond dat deze gronden zijn verdwenen. De schuldenlast en het geringe inkomen maken dat zij de gevolgen van haar handelen niet goed kan overzien. De medische verklaring is onvoldoende om dit te weerleggen. Daarom wordt de bestreden beschikking bekrachtigd en het bewind gehandhaafd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot opheffing van het bewind af en bekrachtigt de bestreden beschikking.