ECLI:NL:GHSGR:2012:BY6878
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Mink
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Gezag en omgang minderjarige bij verblijf in Oostenrijk na beëindiging gezamenlijk gezag
In deze internationale familierechtzaak staat centraal de hoofdverblijfplaats van de minderjarige, het gezag en de omgangsregeling. Het hof bevestigt het eenhoofdig gezag van de moeder, omdat gezamenlijk gezag niet in het belang van het kind is vanwege slechte communicatie en het risico dat het kind klem raakt tussen de ouders.
De vader verzocht om het gezag aan hem toe te wijzen en de hoofdverblijfplaats bij hem te bepalen, maar dit werd afgewezen. Het hof benadrukt het belang van continuïteit in de verzorging en opvoeding door de moeder, die de minderjarige zonder toestemming naar Oostenrijk heeft meegenomen.
Ten aanzien van de omgang stelt het hof dat het kind recht heeft op contact met de vader, maar dat een gedwongen omgang niet wenselijk is. De zaak wordt aangehouden en verwezen naar de Oostenrijkse rechter voor een passende omgangsregeling. Tevens wordt een informatieregeling vastgesteld waarbij de moeder de vader periodiek informeert over de ontwikkeling van het kind.
Uitkomst: Het hof bevestigt het eenhoofdig gezag van de moeder en wijst de verzoeken van de vader tot wijziging af; de omgangsregeling wordt aangehouden en verwezen naar de Oostenrijkse rechter.