ECLI:NL:GHSGR:2012:BY6948
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Mink
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Beëindiging uithuisplaatsing minderjarigen wegens bereikte doelen en afwezigheid nieuwe bedreigingen
In deze zaak stond de uithuisplaatsing van drie minderjarigen centraal, die sinds 19 juni 2012 uit huis waren geplaatst op grond van een ondertoezichtstelling. De ouders, gezamenlijk gezaghebbend, voerden in hoger beroep aan dat zij wel degelijk in staat waren een veilige en stabiele thuissituatie te bieden, mede gezien de verbeterde gezondheid van de vader en de behandeling van de moeder.
Jeugdzorg stelde dat de uithuisplaatsing noodzakelijk bleef vanwege eerdere chaotische thuissituaties, persoonlijke problematiek van de ouders en onvoldoende resultaat van hulpverlening. Het hof nam de feiten uit eerste aanleg over, maar concludeerde dat de situatie inmiddels was verbeterd en dat de ouders aan de gestelde eisen voldeden of dit konden bereiken.
Het hof oordeelde dat de uithuisplaatsing niet langer noodzakelijk was, mede omdat er geen concrete nieuwe ontwikkelingsbedreigingen waren aangetoond en de minderjarigen goed functioneerden op school. Wel bleef het belang van voortzetting van psychiatrische behandeling van de moeder en het volgen van een Kopp-training voor de kinderen bestaan.
Daarom werd de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing bekort tot 30 november 2012, waarna de minderjarigen na schooltijd naar huis zouden terugkeren. De rest van de beschikking werd bekrachtigd en het hoger beroep werd voor het overige afgewezen.
Uitkomst: De duur van de machtiging tot uithuisplaatsing wordt bekort tot 30 november 2012 waarna de minderjarigen naar huis terugkeren.