ECLI:NL:GHSGR:2012:BY7135
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.E. Mos-Verstraten
- M. Moussault
- H.A. van Brummen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep na afstand van rechtsmiddel
De verdachte werd in eerste aanleg door de politierechter veroordeeld voor diefstal tot een geheel voorwaardelijke straf. Tijdens de zitting in eerste aanleg deed de verdachte, zonder overleg met zijn raadsman, afstand van het recht om hoger beroep in te stellen. Hoewel de raadsman hierop tegen was en dit met de verdachte wilde bespreken, stemde de verdachte aanvankelijk in met het vonnis.
Na overleg buiten de zittingszaal wees de raadsman de verdachte erop dat de veroordeling op zijn strafblad zou worden vermeld. De verdachte kwam hierna na enkele dagen bedenktijd terug op zijn afstandsverklaring en machtigde zijn raadsman alsnog om hoger beroep in te stellen. Het hof oordeelt echter dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die de afstand van het recht op hoger beroep ongeldig maken.
Het hof acht het aannemelijk dat de verdachte, die rechtsbijstand had, wist wat de gevolgen van zijn afstand waren. De verdachte was niet ontevreden over de opgelegde voorwaardelijke straf en heeft niet direct tijdens de zitting aangegeven dat hij zich wilde beraden. De onwetendheid over de vermelding op het strafblad vormt geen bijzondere omstandigheid. Daarom verklaart het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens rechtsgeldige afstand van het recht op hoger beroep.