ECLI:NL:GHSGR:2012:BY7153
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- L.F. Gerretsen-Visser
- W.P.C.M. Bruinsma
- I.P.A. van Engelen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor ontuchtige handelingen met minderjarige dochter
De verdachte is in hoger beroep veroordeeld voor het plegen van meerdere ontuchtige handelingen, waaronder seksueel binnendringen, met zijn minderjarige dochter in de periode van 5 tot en met 31 juli 2010 te Rotterdam. Het hof acht de verklaringen van het slachtoffer en het DNA-onderzoek overtuigend bewijs, ondanks enkele inconsistenties in de verklaringen en een alternatieve hypothese die door de verdediging werd aangedragen.
De verdediging stelde dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk had moeten worden verklaard omdat het slachtoffer niet vooraf haar mening over de vervolging had kunnen geven, maar dit werd verworpen omdat het hoorrecht niet van toepassing is op de gekwalificeerde delictsomschrijving waaronder de verdachte viel. Ook werd het verweer verworpen dat de zwangerschapsduur niet overeenkwam met de verklaringen van het slachtoffer.
Het hof benadrukte de ernstige schending van de lichamelijke en emotionele integriteit van het slachtoffer en het misbruik van de vertrouwensrelatie tussen vader en dochter. Gezien de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte werd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar opgelegd, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 3 jaar gevangenisstraf wegens ontuchtige handelingen met minderjarige dochter.