ECLI:NL:GHSGR:2012:BY9689
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- Van de Poll
- Kamminga
- Mink
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing vordering afgifte minderjarige in gezagsgeschil
In deze zaak vordert de moeder primair de afgifte van haar jongste minderjarige kind om bij haar te wonen, subsidiair een omgangsregeling. De voorzieningenrechter wees deze vordering af, mede vanwege de bijzondere medische situatie van het kind en het feit dat de vader een bodemprocedure tot wijziging van het gezag heeft gestart, waarbij de raad voor de kinderbescherming onderzoek doet.
De moeder stelt dat zij het gezag heeft en dat het kind eerder bij haar verbleef, terwijl de vader zich beroept op het belang van rust en continuïteit voor het kwetsbare kind. Het hof oordeelt dat een wijziging van de verblijfplaats op dit moment niet in het belang van het kind is en dat het advies van de raad voor de kinderbescherming in de bodemprocedure moet worden afgewacht.
Daarnaast is tussen partijen een omgangsregeling overeengekomen, waardoor de subsidiaire vordering van de moeder komt te vervallen. De kosten van de procedure worden gecompenseerd. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en wijst de vorderingen van de moeder af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de vordering van de moeder tot afgifte van het kind afwijst en wijst ook de subsidiaire vordering af.