ECLI:NL:GHSGR:2012:BY9798
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Stollenwerck
- Ydema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging relatie en afwikkeling nalatenschap na overlijden erflater
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de relatie tussen de erfgenamen en de partner van de overleden erflater vóór diens overlijden was beëindigd en hoe de nalatenschap dient te worden afgewikkeld. Appellanten stelden dat de relatie al in september 2002 was geëindigd en dat de partner het aandeel in de woning had moeten verkopen. De geïntimeerde partner betwistte dit en verwees naar notariële overeenkomsten die de rechten en plichten binnen hun samenleving regelden.
Het hof stelde vast dat erflater sinds 1999 leed aan de ziekte van Alzheimer en dat zijn medische toestand zorgelijk was. Het vertrek uit de gezamenlijke woning werd niet aangemerkt als metterwoon verlaten, maar als gedwongen door zijn gezondheidssituatie. De affectieve relatie eindigde volgens het hof pas door het overlijden van erflater in 2003. De partner was gerechtigd tot bewoning van het appartement en tot de lijfrente zoals in het testament bepaald.
De vorderingen van de erfgenamen tot betaling van bedragen met betrekking tot woningen en verkoopopbrengsten werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van schuldverplichtingen van de partner. Ook de vordering tot afgifte van persoonlijke eigendommen werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs van bezit door de partner. De rechtbankvonnissen werden bekrachtigd en de kosten werden aan appellanten opgelegd.
Uitkomst: De vorderingen van de erfgenamen worden afgewezen en de relatie eindigde door overlijden van erflater.