ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ0425
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mink
- Kamminga
- Van de Poll
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis over financiële afwikkeling en regres bij beëindiging relatie
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam over de financiële afwikkeling van de beëindiging van haar relatie met de man. Zij vordert een hoger bedrag dan door de rechtbank toegekend, onder meer vanwege vermeende betalingen en regres op leningen die zij namens de man zou hebben voldaan.
Het hof constateert dat de vrouw een incompleet procesdossier heeft ingediend, waardoor beoordeling van enkele stellingen niet mogelijk is. De vrouw heeft erkend dat zij in totaal €20.441,88 heeft opgenomen uit het vermogen van de man, maar onvoldoende bewijs geleverd dat deze gelden volledig ten goede zijn gekomen aan de man. Ook is niet komen vast te staan dat de man gebonden is aan de kredietovereenkomsten die de vrouw namens hem zou hebben gesloten.
De vrouw heeft onvoldoende onderbouwd dat de waarde van de inboedel hoger is dan €5.000,-. De vermeerdering van eis in hoger beroep is niet correct betekend en wordt daarom niet in behandeling genomen. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en wijst het hoger beroep af, inclusief de kostenveroordeling tegen de vrouw.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het hoger beroep van de vrouw af.