ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ0803
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijs en boetes bij niet-opgegeven buitenlandse bankrekeningen in belastingzaken
Belanghebbende was houder van rekeningen bij de Kredietbank Luxembourg (KB-Lux) met aanzienlijke tegoeden die niet in de belastingaangiften waren opgenomen. De Belgische belastingdienst verstrekte microfiches met gegevens over deze rekeningen, waarop de Nederlandse Belastingdienst een onderzoek startte.
Na eerdere procedures vernietigde de Hoge Raad het eerdere arrest van het Gerechtshof Amsterdam deels en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof ’s-Gravenhage. Dit hof moest beoordelen of de Inspecteur voldoende bewijs had geleverd dat belanghebbende in de jaren 1990, 1992-1996, 1998 en 1999 opzettelijk inkomsten buiten het zicht van de fiscus had gehouden.
Het hof concludeerde dat belanghebbende inderdaad houder was van meerdere rekeningen met aanzienlijke saldi en dat hij bewust een buitenlandse bankrekening had geopend om inkomsten te verbergen. De Inspecteur had het bewijs geleverd dat de vrijstellingen werden overschreden en dat de niet-aangegeven inkomsten aan opzet te wijten waren.
Vervolgens oordeelde het hof dat de boetes, vastgesteld op 64% tot 80% van de nagevorderde belasting, passend en geboden waren, mede gelet op het proportionaliteitsbeginsel en normhandhaving. Het hof wees proceskostenveroordeling af en bevestigde de uitspraak op 16 november 2012.
Uitkomst: De boetes en verhogingen zijn passend en geboden; de Inspecteur heeft voldoende bewijs geleverd van opzettelijk niet aangeven van buitenlandse inkomsten.