ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ0916
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over WOZ-waarden niet-woningen en aanslagen onroerendezaakbelasting
In deze zaak staat de vaststelling van de WOZ-waarden van vier niet-woningen centraal, gelegen aan verschillende adressen. De Inspecteur had de waarden vastgesteld op basis van taxatierapporten en huur- en verkooptransacties, terwijl belanghebbende eigen huurgegevens en taxaties aanvoerde. De rechtbank had het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het gerechtshof.
Het hof beoordeelde de waarde van elk object afzonderlijk. Voor [b-straat 2] stelde het hof de waarde vast op € 1.102.000, lager dan door de Inspecteur vastgesteld, omdat de eerste verdieping feitelijk als opslagruimte werd gebruikt. Voor [b-straat 1] stelde het hof de waarde vast op € 211.000, omdat geen van beide partijen voldoende aannemelijk had gemaakt wat de juiste waarde was. Voor [a-straat 1] begane grond stelde het hof de waarde vast op € 119.000, waarbij het eigen huurcijfer van belanghebbende werd meegewogen. De waarde van [a-straat 1] eerste verdieping werd gehandhaafd op € 152.000.
Daarnaast veroordeelde het hof de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten van € 2.185 en griffierechten van € 752 aan belanghebbende. Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar en wijzigde de WOZ-waarden en aanslagen overeenkomstig de vastgestelde waarden. Beide partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof stelt de WOZ-waarden van de objecten deels anders vast en veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.