ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ1060
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- P.J.J. Vonk
- J.J.J. Engel
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid aanslag inkomstenbelasting en afwijzing kamerverhuurvrijstelling
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting 2007 die was opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 13.988. De Inspecteur had de aanslag verminderd tot € 9.144 na toepassing van een gedeeltelijke correctie op het saldo eigen woning. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en belanghebbende ging in hoger beroep.
In hoger beroep stond centraal of de aanslag rechtmatig was, of sprake was van schending van het vertrouwensbeginsel, of de kamerverhuurvrijstelling van artikel 3.114 Wet IB 2001 van toepassing was en of het beginsel van fair play was geschonden. Belanghebbende stelde dat de definitieve aanslag onterecht was, dat de Inspecteur het vertrouwen had geschonden door af te wijken van voorlopige teruggaven en dat de kamerverhuurvrijstelling van toepassing was.
Het Hof oordeelde dat de definitieve aanslag terecht was opgelegd en dat de voorlopige teruggaven geen definitieve aanslagen waren die bindend waren voor de Inspecteur. De kamerverhuurvrijstelling was niet van toepassing omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de huuropbrengsten niet hoger waren dan het wettelijk maximum. Verder was er geen sprake van schending van het vertrouwensbeginsel of het beginsel van fair play.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep van belanghebbende af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Belanghebbende kan nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de rechtmatigheid van de aanslag en wijst het beroep van belanghebbende af.