ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ1105
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- Kamminga
- Mink
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verbod tenuitvoerlegging executievonnis wegens onduidelijkheid erfopvolging
Deze zaak betreft een hoger beroep tegen een vonnis van de voorzieningenrechter dat een verbod tot tenuitvoerlegging van een executievonnis oplegt tot 1 januari 2013. Het geschil draait om de vraag of de weduwe en zoon van de overleden erflater bevoegd zijn tot executie, nu de erflater in 2008 is overleden en de rechtsgeldigheid van het testament nog niet definitief is vastgesteld volgens het Filippijnse probate-proces.
De vennootschap vordert onder meer een verbod tot tenuitvoerlegging totdat aan voorwaarden is voldaan, waaronder de betekening van een in kracht van gewijsde gegane Filippijnse rechtbankuitspraak die het testament bevestigt. De weduwe stelt dat zij en haar zoon de enige erfgenamen zijn op grond van een Filippijns testament, maar erkent dat de probate-procedure nog loopt.
Het hof oordeelt dat artikel 431a Rv ook van toepassing is op erfopvolging en dat zonder betekening van de overgang van bevoegdheid tot tenuitvoerlegging aan de geëxecuteerde niet kan worden aangenomen dat deze bevoegdheid exclusief op de weduwe is overgegaan. Ook is onduidelijk of de advocaat van de weduwe bevoegd optreedt namens alle erfgenamen.
Daarom wordt het bestreden vonnis bekrachtigd en worden de proceskosten in hoger beroep gecompenseerd. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het verbod tot tenuitvoerlegging van het executievonnis tot duidelijkheid over erfopvolging is verkregen.