ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ1334
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen wegens niet opgegeven buitenlandse bankrekeningen
Het geschil betreft navorderingsaanslagen, boetebeschikkingen en heffingsrente opgelegd aan belanghebbende over de jaren 1990 tot en met 2000 vanwege het niet aangeven van inkomsten uit buitenlandse bankrekeningen bij de Kredietbank Luxembourg (KB-Lux). Na eerdere procedures bij het Gerechtshof Amsterdam en de Hoge Raad is de zaak verwezen naar het Gerechtshof ’s-Gravenhage voor verdere behandeling.
Het Hof bevestigt dat belanghebbende adequaat is geïdentificeerd als rekeninghouder bij KB-Lux en dat de Inspecteur geslaagd is in het bewijs dat belanghebbende in elk van de jaren relevante inkomsten niet heeft opgegeven met opzet. Het Hof baseert dit op microfiches, ervaringscijfers en het ontbreken van weerlegging door belanghebbende.
De boetes worden getoetst aan het proportionaliteitsbeginsel en het normhandhavingsoogpunt. Het Hof acht een boete van 80% van de nagevorderde belasting passend en geboden, en ziet geen reden voor verdere vermindering. De eerdere uitspraken op bezwaar worden vernietigd en de navorderingsaanslagen en boetes worden verminderd conform het arrest van het Gerechtshof Amsterdam.
De uitspraak is op 26 oktober 2012 in het openbaar uitgesproken door het Hof. Zowel belanghebbende als de Inspecteur kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen en boetes worden verminderd en vastgesteld op 64% van de nagevorderde belastingbedragen.