ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ3697
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Kempen
- Kamminga
- Van Wijk
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vervangende toestemming erkenning minderjarige en raadsonderzoek naar omgang
In deze zaak verzoekt een man het hof om vervangende toestemming te verlenen voor de erkenning van zijn minderjarige dochter, aangezien de moeder haar toestemming weigert. De moeder stelt dat erkenning de ongestoorde verhouding tussen haar en het kind zal schaden vanwege haar angst voor de man en diens vermeende agressiviteit. De man ontkent deze beschuldigingen en benadrukt dat hij geen contact met de moeder heeft gezocht sinds het beëindigen van hun relatie.
Het hof stelt vast dat de man de biologische vader is en dat erkenning in beginsel het familierechtelijke verband tussen vader en kind bevestigt. De belangen van de minderjarige en de moeder bij een ongestoorde verhouding moeten echter worden afgewogen tegen het belang van de man bij erkenning. Het hof oordeelt dat er geen aanwijzingen zijn dat de erkenning de belangen van de minderjarige schaadt, maar dat de angst van de moeder voor de man een mogelijk risico vormt voor de ongestoorde verhouding.
Daarom gelast het hof een raadsonderzoek om de situatie nader te onderzoeken, met name de gevolgen van erkenning en omgang voor de moeder en het kind. De zaak wordt pro forma aangehouden tot het rapport van de raad, waarna het hof zal beslissen over het verzoek tot vervangende toestemming en de omgangsregeling.
Uitkomst: Het hof gelast een raadsonderzoek en houdt de zaak pro forma aan tot het rapport is ontvangen.