ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ3740
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M. Mink
- L. Lückers
- A. van den Wildenberg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van hoger beroep in kinderontvoeringszaak
In deze zaak heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage op 5 december 2012 uitspraak gedaan in hoger beroep betreffende een kinderontvoeringskwestie. De vader, vertegenwoordigd door advocaat mr. I. Güçlü, had hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage van 1 november 2012. De moeder, vertegenwoordigd door advocaat mr. M.T.N. Whiterod, was ook betrokken in deze procedure. De vader was niet verschenen op de zitting, ondanks dat hij daartoe was opgeroepen. De rechtbank had eerder bevolen dat de minderjarigen, geboren in 2001 en 2003, uiterlijk op 1 januari 2013 teruggebracht moesten worden naar de moeder. De vader diende de minderjarigen terug te brengen of hen met de benodigde reisdocumenten aan de moeder af te geven.
Het hof heeft vastgesteld dat het hoger beroep van de vader te laat was ingesteld. Volgens artikel 13 lid 7 van de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering moet hoger beroep binnen 14 dagen na de dagtekening van de beslissing worden ingesteld. Aangezien de beschikking van de rechtbank was gedagtekend op 1 november 2012, liep de beroepstermijn af op 15 november 2012. Het hoger beroep werd echter pas op 16 november 2012 ingesteld, waardoor het hof de vader niet-ontvankelijk verklaarde in zijn hoger beroep. De argumenten van de advocaat van de vader konden niet afdoen aan deze beslissing, aangezien de termijnen voor het instellen van een rechtsmiddel van openbare orde zijn.
De uitspraak van het hof benadrukt het belang van het naleven van de wettelijke termijnen in zaken van internationale kinderontvoering, waarbij de bescherming van de minderjarigen voorop staat. De beslissing is genomen in het belang van de kinderen, die zo snel mogelijk naar hun moeder moesten terugkeren.