ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ3740

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
5 december 2012
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
200.116.833-01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Mink
  • Lückers
  • Van den Wildenberg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 lid 7 Uitvoeringswet internationale kinderontvoering
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn in internationale kinderontvoeringszaak

In deze zaak ging het om een hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage van 1 november 2012, waarin de terugkeer van twee minderjarige kinderen naar de moeder was gelast.

Volgens artikel 13 lid 7 van Pro de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering moet het hoger beroep binnen twee weken na dagtekening van de beschikking worden ingesteld. De vader diende zijn hoger beroep in op 16 november 2012, één dag na het verstrijken van de termijn op 15 november 2012.

Het hof oordeelde dat de beroepstermijn van openbare orde is en dat overschrijding hiervan leidt tot niet-ontvankelijkheid. De argumenten van de advocaat van de vader konden dit oordeel niet veranderen. Daarom werd het hoger beroep van de vader niet-ontvankelijk verklaard.

De beschikking van het hof bevestigt de terugkeer van de minderjarigen naar de moeder uiterlijk op 1 januari 2013, waarbij de vader verplicht is de kinderen terug te brengen of af te geven met geldige reisdocumenten.

De vader en moeder waren op de zitting niet verschenen, alleen de advocaat van de vader was aanwezig. De uitspraak werd gedaan op 5 december 2012 door het hof 's-Gravenhage.

Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de vader niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Sector Civiel recht
Uitspraak : 5 december 2012
Zaaknummer : 200.116.833/01
Rekestnummer rechtbank : FA RK 12-5393
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. I. Güçlü te Amsterdam,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats], [land],
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. M.T.N. Whiterod te Utrecht.
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
De vader is op 16 november 2012 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 1 november 2012 van de rechtbank 's-Gravenhage.
Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:
van de zijde van de vader:
- op 19 november 2012 een faxbericht van diezelfde datum met bijlagen;
van de zijde van de moeder:
- op 26 november 2012 een faxbericht van diezelfde datum.
Op 27 november 2012 is de ontvankelijkheid van het verzoek in hoger beroep mondeling behandeld.
Ter zitting was aanwezig: de advocaat van de vader.
De vader en de moeder zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.
Bij die beschikking is de terugkeer gelast van de minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats], [geboorteland], en
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats],
naar de moeder, uiterlijk op 1 januari 2013, waarbij de vader de minderjarigen dient terug te brengen naar de moeder. Voorts is bevolen, indien de vader nalaat de minderjarigen terug te brengen naar de moeder, dat de vader de minderjarigen met de benodigde geldige reisdocumenten aan de moeder zal afgeven uiterlijk op 1 januari 2013, opdat de moeder de minderjarigen zelf mee terug kan nemen.
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen.
DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET HOGER BEROEP
Volgens artikel 13 lid 7 van Pro de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering moet hoger beroep van een eindbeslissing in zaken van internationale ontvoering van kinderen worden ingesteld binnen twee weken na de dagtekening van die beslissing. Aangezien de bestreden beschikking is gedagtekend 1 november 2012, liep de beroepstermijn af op 15 november 2012. De termijnen voor het instellen van een rechtsmiddel zijn van openbare orde. Nu het hoger beroep van de vader na die datum is ingesteld, namelijk op 16 november 2012, dient de vader niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn hoger beroep. Hetgeen de advocaat van de vader in haar fax van 19 november 2012 en ter zitting bij het hof heeft aangevoerd, kan aan dit oordeel niet afdoen.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
Het hof:
verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Mink, Lückers en Van den Wildenberg, bijgestaan door mr. Vergeer-van Zeggeren als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 december 2012.