ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ5308
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- P.J.J. Vonk
- W.M.G. Visser
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heffing onroerendezaakbelasting over start- en landingsbanen
Belanghebbende betwistte dat de waarde van start- en landingsbanen behoort tot de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelasting over het luchtvaartterrein aan een adres te Z. De Inspecteur handhaafde de aanslag en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel.
Het geschil spitste zich toe op de uitleg van de uitzonderingsbepalingen in de Gemeentewet en de Verordening onroerende-zaakbelastingen, die bepaalde openbare wegen en banen vrijstellen van belastingheffing. Het hof oordeelde dat start- en landingsbanen niet als landwegen kunnen worden beschouwd, mede gelet op eerdere jurisprudentie van het Gerechtshof Amsterdam en de Hoge Raad.
Belanghebbende voerde onder meer aan dat de vrijstelling ook voor start- en landingsbanen zou moeten gelden op grond van het gelijkheidsbeginsel, het EVRM en Europese verdragen. Het hof verwierp deze bezwaren, stellende dat de wetgever ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat geen sprake is van ongelijke behandeling of schending van verdragsrecht.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag onroerendezaakbelasting inclusief de waarde van start- en landingsbanen wordt bevestigd.