ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ5576
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Kempen
- van Nievelt
- Penning-de Vries
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ondertoezichtstelling minderjarige afgewezen wegens onvoldoende gronden
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Dordrecht waarin haar minderjarige kind onder toezicht is gesteld voor de duur van één jaar, met een machtiging tot uithuisplaatsing. De moeder betwist de noodzaak van de ondertoezichtstelling en stelt dat de raad voor de kinderbescherming onvoldoende duidelijkheid biedt over het zorgaanbod en dat vrijwillige zorg mogelijk is.
Het hof heeft de zaak op 7 november 2012 behandeld. De raad en Jeugdzorg stellen dat er sprake is van een complexe problematiek bij de minderjarige die specifieke hulp vereist, maar erkennen dat de samenwerking met de moeder moeizaam verloopt. De moeder erkent de problematiek maar wil graag vrijwillige zorg zonder gedwongen kader. De grootvader bevestigt de noodzaak van hulp, maar stelt dat deze tot nu toe onvoldoende is geboden.
Het hof overweegt dat de wettelijke voorwaarden voor ondertoezichtstelling niet zijn vervuld omdat onvoldoende is aangetoond dat vrijwillige zorg niet mogelijk is of zal falen. De ondertoezichtstelling heeft tot op heden geen profijt opgeleverd, de minderjarige volgt geen school en er is nog geen behandeling gestart. Bovendien is er nu overeenstemming over een intensief dagbehandeltraject bij Yulius.
Daarom vernietigt het hof de beschikking van de rechtbank voor zover deze de ondertoezichtstelling betreft en wijst het het verzoek van de raad af. De machtiging tot uithuisplaatsing is niet langer in geschil omdat deze door de moeder is ingetrokken.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en vernietigt de ondertoezichtstelling wegens onvoldoende onderbouwing.